Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Tot en met 31 december mogen huishoudens en kleine bedrijven de zonnestroom die ze terugleveren nog wegstrepen tegen de stroom die ze gebruiken. De Rijksoverheid geeft er zelf een voorbeeld bij. Een huishouden dat in de zomer 2.500 kilowattuur teruglevert, mag in de winter 2.500 kilowattuur gebruiken zonder daarvoor stroomkosten, netwerkkosten of energiebelasting te betalen. Jarenlang werkte het net zo als een spaarpot voor zonnestroom. Na de jaarwisseling is die spaarpot weg, en dan wordt de vraag waar je die zomerse stroom laat.
Zelf verbruiken levert straks veel meer op dan terugleveren
Vanaf 2027 krijg je voor elke kilowattuur die je teruglevert een vergoeding van je energieleverancier. Tot 2030 moet die minimaal de helft zijn van het kale leveringstarief, dus van de stroomprijs zonder belastingen, en daar kunnen terugleverkosten nog vanaf gaan. Voor stroom die je zelf opwekt en meteen gebruikt, ligt dat heel anders. Daarover betaal je geen belastingen en ook geen kosten aan je leverancier, schrijft de Rijksoverheid. Elke kilowattuur die je op het moment zelf verbruikt, bespaart je dus de volle prijs, inclusief energiebelasting en btw.
Voor ondernemers met zonnepanelen op het dak van hun huis of bedrijfspand wordt een elektrische bedrijfswagen daarmee meer dan een vervoermiddel. Het is het grootste apparaat dat ze met de zon kunnen laten meedraaien. Een wasmachine die op het middaguur draait, vangt een klein deel van de opbrengst op. Een bus met een accu van tientallen kilowatturen kan er vele malen meer van hebben.
Tienduizend kilometer uit één zomer zon
Het voorbeeld van de Rijksoverheid maakt concreet waar het om gaat. Neem die 2.500 kilowattuur die het huishouden in de zomer teruglevert. Een elektrische bestelbus die zo’n 25 kilowattuur per 100 kilometer gebruikt, rijdt daar tienduizend kilometer op. Na 2027 levert diezelfde stroom op het net hooguit een deel van de prijs op die je voor laadstroom betaalt.
Grote elektrische bestelbussen zijn er inmiddels met accu’s tot ruim 110 kilowattuur bruikbare capaciteit. Een zonnig dak levert op een mooie zomerdag maar een deel daarvan. Zo’n bus kan dus rustig een hele dag zon opnemen zonder dat hij vol zit, en de dag erna nog een keer.
Overdag staat de bus bij de klant, en daar zit de puzzel
De eerlijke tegenwerping ligt voor de hand. De zon schijnt het hardst als jij met je bus bij een klant staat. Wie elke werkdag van acht tot vijf onderweg is, vangt doordeweeks weinig zon. Toch zijn er meer momenten dan je zou verwachten. De zaterdag, de vakantieweken in juli en augustus, een dag met offertes en administratie of een middag waarop je vroeg klaar bent, tellen allemaal mee. Een bus die dan aan de laadpaal hangt, slaat de stroom op die anders voor een fractie van de prijs het net op gaat.
Bij een bedrijfspand met panelen werkt het vaak nog beter. Staat er een bus op het terrein terwijl een collega met een andere op pad is, of komt de bus rond het middaguur terug om materiaal te laden, dan kan hij die uren meepakken. Met veel slimme laadpalen stel je bovendien in dat de bus vooral laadt als er zonnestroom over is, en dat hij op een vaste vertrektijd een bepaald laadniveau heeft. De rest haal je ’s nachts binnen, als stroom met een dal- of dynamisch tarief vaak goedkoper is.
Wat je bij een leaseofferte meeneemt
Least je de bus, neem de laadvraag dan meteen mee in de offerte. Vraag of een laadpaal thuis of op de zaak in het contract kan, wie de installatie betaalt en hoe laadstroom thuis wordt verrekend als de bus op naam van de zaak staat. Kijk ook kritisch naar de accu. Wie vooral korte ritten in de regio maakt, heeft vaak genoeg aan een kleinere accu, terwijl lange dagen over de snelweg om meer capaciteit vragen. Een bus die het werk van een gewone dag op één lading doet, kun je ’s avonds en in het weekend rustig aan je eigen laadpaal hangen.
De eerste zomer zonder salderen is die van 2027. Wie dan een bus met een stekker op de oprit heeft staan, laat de zon van het eigen dak gewoon mee naar de klant rijden.